Boeddhisme

Boeddha Shakyamuni onderwees het pad van wijsheid en mededogen voor alle wezens. Dit pad leidt naar het begrijpen en realiseren van de ultieme waarheid, verlichting. Zijn onderricht bleef behouden in een ongebroken lijn, de Karma Kagyu Linie, één van de vier hoofdscholen van Tibetaans Boeddhisme.

De Bodhi Path centra zijn opgericht en worden geleid door de 14e Shamar Rinpoche die samen met de Gyalwa Karmapa de houders zijn van de Karma Kagyu linie. Onder het spirituele toezien van de Karmapa en Shamarpa geven de Bodhi Path leraren instructies in meditatie en filosofie.

Geschiedenis

2447bb6c23-buddha_teachBoeddha Shakyamuni werd geboren in 563 v. Chr. in Lumbini (Nepal) als prins Siddharta. Als een jonge man verliet Siddharta de geneugten van het koninklijke leven om op zoek te gaan naar een manier om het lijden van het bestaan te overstijgen. Al snel kreeg hij de meditatiemethodes van de meest gevorderde leraren van die tijd onder de knie. Hij realiseerde zich ook dat verlichting niet kon bereikt worden met extreme methoden als ascetisme of door ultieme concentratie. Door de middenweg te beoefenen en geleidelijk de natuur van zijn geest te onderzoeken bereikte hij het boeddhaschap, de staat van verlichting of ontwaken.

De volgende 50 jaar tot zijn dood, gaf Boeddha Shakyamuni onderricht in verscheidene methoden aangepast aan de verschillende capaciteiten van zijn studenten. Al dit onderricht is tot op heden nog steeds beschikbaar in de sutra’s en tantra’s.

Ervaren boeddhistische meesters schreven zelf ook commentaren en verhandelingen die de betekenis van de Boeddha’s onderricht verder verklaren. Het accent lag op authentieke en een accurate transmissie van het onderricht. Over de eeuwen heen zijn verschillende transmissielinie’s ontstaan, elk met zijn eigen karakteristieken.

Tibetaans Boeddhisme bevat alle onderricht die onstond in India. Door de inspanning van Indiase meesters en Tibetaanse vertalers werd het hele corpus aan Boeddhistisch onderricht vertaald naar het Tibetaans. Boeddhisme floreerde daardoor in Tibet als de nationale religie tot in het midden van de 20e eeuw, tot de invasie van China.